HISTORIE VAN DE ROUTE

Deze 1300 km lange route die vanuit Sevilla naar Santiago de Compostella loopt is veruit de langste route van de Caminos in Spanje. De Via de la Plata vormde in de middeleeuwen de belangrijkste weg naar Santiago voor christenen afkomstig uit het door moslims overheerste Zuid Spanje en Noord Afrika.
Je verlaat Sevilla met zijn prachtige Gotische kathedraal achter je en fietst het droge landschap van AndalusiŽ binnen. Dit is het gebied van de olijven en de sinaasappels maar ook van de Zwarte Spaanse Torros. Ze wisselen elkaar dan ook af in de velden langs de paden en wegen die we volgen naar het noorden.
Monasterio is de poort naar de Extramadura, het land van de conquistadores. Het is een kaal vlak landschap van rode aarde met hier en daar een eenzame vijgenboom of olijfgaard die wat schaduw biedt. In de lente ondergaat dit dun bevolkte gebied een ware transformatie, als de vele wilde bloemen in bloei staan is het een zee van kleuren en een feest voor het oog.
Via Zafra een oud Moors stadje met een prachtige 15de eeuwse burcht bereikt je het culturele centrum van de Extramadura, Merida. Ooit was deze stad een van de belangrijkste en rijkste steden van het Romeinse rijk. Merida is dan ook rijk aan indrukwekkende Romeinse monumenten zoals de tempel van Diana en het Mitreo aquaduct met zijn prachtige mozaÔek vloer. Via een netwerk van rode weggetjes, gaan we door het dorre en licht glooiende landschap verder naar het noorden. Dit is de streek van de Cercos Ibericos, de semi-wilde zwarte varkens waarvan de beroemde Spaanse ham gemaakt wordt. Op dit stuk van de route zie je dan ook meer varkens dan mensen in dit uitermate dun bevolkte gebied.

We volgen nu de originele Romeinse heirbaan door het glooiende landschap naar Carceres. De ommuurde oude stadswijk met zijn statige panden en romantische straatjes ademt nog de sfeer van weleer uit toen terugkerende conquistadores de stad grote rijkdom brachten.
Na Carceres wordt het landschap langzaam groener en heuvelachtiger. De Via de la Plata gaat verder door de koele eikenbossen en groene valleien met graanvelden die het noorden van de Extramadura vormen. De route kruist hierna het Duena gebergte, met zijn 1104 meter het hoogste punt van de Via de la Plata. Vanuit hier kijk je uit op hoge bergpieken en geniet van de prachtige vergezichten over de Spaanse hoogvlakte alvorens je Salamanca en de regio van CastiliŽ binnenfietst.

Salamanca met zijn statige barokke gebouwen en eeuwenoude universiteit, ook wel eens de mooiste stad van Spanje genoemd, is de ideale plek om even op adem te komen van de tocht naar Santiago de Compostella. Na Salamanca gaat verder verder over de Meseta, Spanje's hoogvlakte met eindeloze gele graanvelden en weggetjes van rode aarde, naar het Noorden.
Via Zamora met zijn vele Romaanse kerken en gebouwen gaat onze tocht veder naar het groene cultuurlandschap rond de Rio Terra met zijn vele valleien, eikenbossen en kanalen dit is het terrein van de schuwe Iberische wolf. Na het prachtige stadje Sanabria betreden we dan eindelijk GaliciŽ.
De Via de la Plata loopt nu verder door het met eiken en kastanjebossen bedekte laaggebergte. Nadat we A Gudina gepasseerd zijn, wordt de begroeiing opnieuw schaarser en zijn er prachtige vergezichten over de groene heuvels van GaliciŽ. Eenmaal in Ourense aangekomen zijn er nog de laatste 100 km naar Santiago.
Dit laatste stuk is wellicht de mooiste eindetape van alle Caminos.

De route voert  door een zeer gevarieerd landschap van groene bergen, kastanjebossen en diepe valleien naar Santiago de Compostella. Het einde van de Via de la Plata, een tocht van de droge vlaktes van AndalusiŽ naar de groene bergbossen van GaliciŽ.